Historisch en cultureel centrum

Museum De Koperen Knop

MOEILIJKE TIJDEN                                                           

 

Als ik begin met het schrijven van deze column is het de late avond van de laatste dag van de expositie over 100 jaar kunststoffen. Een fantastische expositie, goed opgezet en een lust om naar te kijken. Kenners roemen erover. En toch viel het bezoek tegen. Kennelijk wordt een dergelijke expositie niet door iedereen begrepen. Helaas is dat inherent aan cultuur. Jammer is het dan temeer als men niet wil begrijpen wat cultuur is. We zullen ermee moeten leren leven. En toch blijf ik proberen om hierin verandering te brengen en cultuur zoveel als mogelijk is uit te dragen. We hebben het nodig, net zoals lucht en water en voedsel…

 

De Koperen Knop nadert het moment dat het als museum twintig jaar bestaat. Officieel dan, want in feite begonnen we al twee jaar eerder. Ik kan me nog heel goed herinneren dat Marcus Vogel op een zomerse augustusdag in 1987 wat materialen kwam aanbieden aan de Historische Vereniging, waar ik die zaterdagmorgen ‘winkeldienst’ had. Naar aanleiding van de vraag wat er met al die schenkingen ging gebeuren raakten we aan de praat over oudheidkamers en musea. Ik weet nog precies hoe laat dat was. En ook bij welke temperatuur. En dat de zon door de geroede ramen van de oude etalage scheen. Om kwart voor elf bij een temperatuur van 22 graden.

 

De tijd van de start van het museum was een economisch moeilijke tijd. Toch zagen we kans om de gelden te genereren, die nodig waren voor het realiseren van het museum. De tijd waarin we ons nu bevinden is economisch gezien veel slechter. Ik denk echter dat we ook dat moeten benutten. De afgelopen tijd heb ik voor een te schrijven artikel wat boeken doorgenomen over de 20e eeuw. Daarin kwam ik meermalen tegen dat veel bedrijven de crisisjaren van destijds (de jaren dertig van de 20e eeuw) hebben gebruikt om een innovatie voor te bereiden. Ik heb destijds een boek geschreven over de honderdjarige geschiedenis van Scheepswerf De Merwede. In de stukken die ik daarvoor bestudeerde las ik ook dat dit bedrijf dat heeft gedaan. Dat de resultaten pas in de jaren vijftig en begin zestig volledig konden worden benut kwam door de oorlog. Maar in de tijd van de wederopbouw had De Merwede wel stukken op de plank liggen, die van groot nut bleken. 

 

Ik denk dat dit niet alleen belangrijk is, maar dat dit zelfs je taak is. In moeilijke tijden doorgaan met plannen maken en doorgaan om straks als het hopelijk weer beter gaat, de toekomst aan te kunnen. Dat valt niet altijd mee. Het is veel gemakkelijker om met iedereen mee te kreunen over het feit dat het slecht gaat. Het valt me dan vaak op dat het die mensen zelf nog niet slecht gaat en dat ze helemaal niet precies weten wat ze met dat ‘slecht’ bedoelen. Laten we de toekomst met vertrouwen tegemoet gaan. In alle opzichten. Ook wat de exposities betreft staan er weer leuke en interessante op stapel. Na de vakantie hebben we weer ‘nieuwe ronden en nieuwe kansen’.  

 

Dick de Jong.

Tekstvak: Column - juli