Historisch en cultureel centrum

Museum De Koperen Knop

SCHRAALHANS KEUKENMEESTER

                             

We zitten er nog steeds midden in. De kredietcrisis. Als je wat van economie afweet zie je dat telkens weer. En overal om me heen hoor ik: ‘Merk jij er iets van?... Ik niet. Wij kunnen alles nog doen.’

Is dat niet een beetje grootspraak? Natuurlijk merk je als je ziet in plaats van kijkt, dat er iets aan de hand is. In ons land, in Europa, in de wereld. Het is crisis. Maar misschien wel een heel andere dan waar de radio en de televisie nog steeds elke dag van overkoken. Waar de kranten en andere schriftelijke media van uitbulken.

 

Soms denk ik wel eens: ‘je wordt ouder Dirk’. Ik constateer dan iets waar ik me over verbaas. Iets wat gewoon raar is. Iets van alledag. Het is wat bewolkt, een graad of 20. Ik kijk uit het raam en ik zie iemand van oost naar west fietsen met een jas aan met een bontkraag. Jas dicht tot aan de keel. Even later iemand die van west naar oost fietst. Korte broek, mouwloos hemdje; zo bloot als maar kan. Ik zeg er wat van tegen mijn echtgenote, die net binnenkomt. Die reageert nuchter met: dan is het westen zeker een stuk warmer dan in het oosten…

 

Trouwens we hebben in het museum weer een echte ouderwetse expositie. Een kunstexpositie. Het Boerenbeest. Het Boerenfeest maakte onze wetenschappelijke krant, het NRC, ervan. Weer zo’n voorbeeld dat we met elkaar ‘verarmoeien’. Nog een geluk dat er geen ‘feestbeest’ van was gemaakt. Laten we het maar over leuke dingen hebben. Over Sonja Bakker, die ineens ontdekte dat haar bankrekening ‘te vet’ werd en haar magere recepten aan de wilgen hing. Of over de fiets, die te winnen is door nieuwe donateurs van het museum.

 

Het is intussen herfst. Het klinkt misschien raar, maar dat vind ik het mooiste seizoen van het jaar. Dan laat de natuur zich pas echt zien. In al haar kracht. En vooral in al haar schoonheid. Lekker lopen door de gevallen bladeren. Je laten meevoeren door de wind. Je jas beschermend ophouden om de regenstriemen niet in je gezicht te voelen. Overal liggen weer kastanjes en noten. Veel minder dan vorig jaar. Dus dit jaar misschien wel wat minder winter. Niet schaatsen. Of is dat toch een ‘fabeltje’?

Misschien wel, maar zoals vaak zit er een kern van waarheid in.

 

Jammer zou dat trouwens zijn, dat we niet zouden kunnen schaatsen. Dat geeft altijd zo’n ‘wij-gevoel’. Op het ijs is een mens anders dan ‘op het land’. Dat is altijd al zo geweest. En als er ijs lag werden er vroeger hardrijwedstrijden gereden. Daar was altijd veel belangstelling voor. Vooral omdat de mannen toen al snel ‘uitgevroren’ raakten. Zodra het ging vriezen werden ze naar huis gestuurd, want dan kon je niet meer doorwerken. En dan gingen ze meedoen met hardrijwedstrijden. Meestal niet eens voor de geldprijzen. Meer ‘voor spek en bonen’. Voor een zij spek of een zak bonen; dan was er thuis weer ‘eten op de plank’.

 

Dick de Jong

Tekstvak: Column - oktober