Achterkrat van boerenwagen

Deze achterkrat van een boerenwagen laat prachtig zien hoe boeren in de Alblasserwaard hun welvaart en trots uitdroegen. In tijden waarin de veehouderij, het kaasmaken of de hennepteelt goed liepen en het land gespaard bleef van overstromingen, konden boeren investeren in rijk uitgevoerde wagens. Deze wagens, gebouwd tot circa 1930, waren uniek voor het rivierenland en herkenbaar aan hun kleurrijke beschildering, sierlijk snijwerk en opvallende details.

De achterkrat – de beweegbare klep aan de achterkant – was vaak het pronkstuk. Hierop verschenen spreuken over rijkdom, trots op de hoeve of de paarden, maar ook politieke boodschappen of Bijbelse voorstellingen. De boer gaf degene die achter de wagen reed letterlijk het ‘nakijken’.

Dit object vertelt zo het verhaal van boeren die niet alleen hard werkten, maar ook zichtbaar wilden maken dat het hen voor de wind ging.