Het gebied dat nu de Alblasserwaard heet is rond de 11e eeuw in ontginning gebracht. Pioniers kregen van de Bisschop uit Utrecht of de in Dordt verblijvende graaf een stuk land in gebruik.
Ze moesten dat ontdoen van struiken en bomen en zorgden voor een goede waterafvoer. Zo ontstonden er kleine poldertjes, rondom omgeven door sloten. Daar gingen ze graag op telen.
Maar door de afvoer van water begon de bodem te dalen. Door deze inklinking van het veen kon er rond de 15e eeuw geen graan meer worden geteeld. Het land werd te nat. Daarom gingen de boeren in die tijd langzamerhand over in veeteelt.
Dat ging eeuwen achtereen goed. Het maakte de streek welvarend met het karnen van boter en het maken van kaas. Veel daarvan werd geleverd aan de in Dordrecht aanmerende zeeschepen, die voor langere tijd het ruime zeesop kozen. Met regelmaat hadden de boeren te maken met rampen, zoals wateroverlast, muizenplagen, veeziekten en meer. Het boerenbestaan sudderde zo voort tot half de 19e eeuw.
Begin twintigste eeuw mechaniseerde het boerenbedrijf steeds verder. Dit leidde tot een vergaande schaalvergroting. Dus steeds meer koeien. Want alleen een flinke veestapel zorgde voor voldoende inkomsten. Voor meer stalling bouwde men in de jaren dertig een grote schuur achter de boerderij De Koperen Knop. Deze is tijdens een grote storm in 1973 verwoest. Op de restanten is een verhoogd terras gemaakt, waar later een theehuisje aan is gebouwd. Hier is in 2016 een theetuin geopend.
Begin jaren zeventig is de laatste boer in het kader van de ruilverkaveling verhuisd naar Groningen. Het rijksmonument is toen aangekocht door Huib en Janny de Kok-de Vos die het hebben laten restaureren.
Jarenlang was het een woning met veevoederhandel en een antiekzaak. In 1988 is het aangekocht door 8 ondernemers die er een museum van hebben gemaakt. Het wordt beheerd door de Stichting Museum De Koperen Knop.
Het museum is in september 1989 officieel geopend door de toenmalige minister van WVC, Eelco Brinkman.
Vervolgens is het uitgegroeid tot een museum dat is gericht op de historie van de Alblasserwaard, met landelijke bekendheid.



