Stekeltrekker

Deze stekeltrekker vertelt het verhaal van de strijd tegen distels in het boerenland. In de weilanden kwamen akkerdistels en in de hooilanden vooral Kale Jonkers voor. Het vee at ze niet, in het hooi waren ze hinderlijk, en daarom moesten ze worden bestreden. Dat was zelfs zo belangrijk dat er een provinciale distelverordening bestond: ook de buurman moest zijn land schoon houden.

Boeren gebruikten verschillende methoden: maaien met de zeis, uitsteken met een kleine spade, of – zoals hier – het met de hand uittrekken van de distels. Volgens het oude gezegde werkte dat het best: “Distels maaien is distels zaaien, distels steken is distels kweken, maar distels trekken is distels nekken.”

Het trekken was vaak werk voor de boerenkinderen. De houten stekeltrekker had een ‘bek’ met geruwde messing plaatjes die de plant goed vastpakten. In de biologische landbouw zie je deze methode soms nog, omdat distels daar ook worden gewaardeerd als voedselbron voor insecten. In de moderne veehouderij zijn ze vrijwel verdwenen.