
Een expositie die de schoonheid van insecten verbeeld. Al eeuwenlang bieden insecten inspiratie in de kunst, ons dagelijks leven en de mode. Insecten hebben vaak een symbolische betekenis. Denk aan het lieveheersbeestje als teken voor geweldloosheid of de heilige mestkever bij de Egyptenaren.
De expositie bevat schilderijen uit het verleden en geeft uitleg uit over de symboliek van de insecten. Beroemd is het werk van Jan van Kessel (17e eeuw). Maar insecten zijn ook terug te vinden in talloze bloemstillevens. Ook is er werk te zien van Hans van Wijk, kleinzoon van Jacob Maris, die zijn hele leven vele bosgrondjes schilderde, donker, maar met insecten als schitterende juwelen.
Uitvergroot bevat ook werk van hedendaagse kunstenaars: Anna van Bohemen, Eddy Stolk en (de uit afval gemaakte kevers van) Sandra Westgeest. En u ziet macrofotografie, die het kleine bijzonder in beeld brengt.
Ook in sieraden komen we het insect tegen. Niet allen bij René Lalique (art Nouveau juwelen of ingesloten barnsteen en gevat in een ring of een hanger).
Ook in huis komt het insect herhaaldelijk terug, zoals bij de kleurige Tiffany lampen of meer van hedendaags ontwerp het lampje Mademoiselle Filou. En in onze kleding, niet alleen in materiaal, zoals de zijde van de zijderups. Maar ook de stippen en strepen in stof, gebaseerd op keverschilden, kleuren en patronen van vlindervleugels enzovoorts.
Op de expositie is aandacht voor onderzoek en het insect als basis voor techniek. Zoals de vleugels van de libelle, als ontwerp voor propellers, turbines of helikopters.
De jaarlijkse scholenwedstrijd bij de zomerexpositie heeft als thema ‘insecten en techniek’. Voor de bezoekende jeugd is er een speurtocht en zijn er elementen als ‘kijken door de loep’, een mierenhotel en ‘wist je dat’. De museumtuin is ook betrokken bij de expositie, waar de insecten te vinden zijn in de natuur.



DE WERELD VAN HET KLEINE
In de zomertentoonstelling Insecten UITVERGROOT is een wand ingericht met schilderijen van Hans van Wijk (1911-1990). Een relatief onbekende kunstenaar, kleinzoon van de beroemde Jacob Maris, die zijn schilderstalent uit de familie Maris heeft geërfd. Hans legde zich in navolging van veel 17e -eeuwse kunstenaars toe op stillevens, met name van bosgrond en manden met fruit en bloemen. Insecten spelen daarbij een belangrijke rol.
Hans verloor zijn ouders Anna Maris en Charles van Wijk (beeldhouwer) al op jonge leeftijd en van zijn twee broers stierf er een in 1928 en de ander vertrok al vroeg naar Zuid-Afrika. Hij ging wonen in Den Haag bij zijn oom, de schilder Willem Matthijs Maris en zijn tante Hélène Garnier. Willem Matthijs overleed in 1929 en Hans bleef bij zijn tante wonen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonden zij in Parijs en vertrokken vandaar naar Algiers. Na de oorlog ging Hans met zijn tante terug naar Den Haag. Na zijn pensioen verhuisde eerst Hans en later, naar een apart in de tuin gebouwde blokhut, ook tante Hélène naar Hoogeveen. In die plaats overleden zij ook: Hélène in 1980 en Hans in 1990.
Hans was autodidact en heeft altijd verfijnde bosgrond stillevens geschilderd. Ook toen de modernisering in de schilderkunst in de jaren zestig weinig ruimte liet voor klassiek realisme bleef Hans trouw aan zijn stijl en onderwerp. Hij exposeerde sporadisch en leefde van zijn werk, al was dat geen vetpot. Hij staat bekend als een bescheiden, rustige man en pas na zijn dood kwam er meer aandacht voor hem als kunstenaar en is de waardering voor zijn werk toegenomen. Zijn kleurgebruik, loepzuivere precessie en verhalend vermogen getuigen van een groot talent. Zijn schilderijen worden gezocht door verzamelaars.
Op de tentoonstelling in Museum De Koperen Knop zijn hoogtepunten uit zo’n privéverzameling te zien. De tentoonstelling is te bezoeken van 24 mei tot en met 30 augustus 2025. Het museum is gevestigd in een rijksmonumentale boerderij: Binnendams 6, 3373 AD Hardinxveld-Giessendam. Meer informatie: www.koperenknop.nl of 0184-611366.





