Achter het museum staan bijgebouwen. In enkele worden regelmatig oude ambachten beoefend en ze worden betrokken bij museale activiteiten.

Smederij

Voor de inventaris van de dorpssmederij in Giessen-Oudekerk is een smederij gebouwd op het terrein van het museum. Dit is een replica van de oude smederij.

Museum De Koperen Knop: Ode aan al onze museumvrijwilligers

Wagenschuur

Aan de smederij is een authentieke wagenschuur gebouwd. Dergelijke wagenschuren waren vroeger op elk boerenerf te vinden. Ze boden onderdak aan de bedrijfswagens, zoals de boerenwagen, de mestkar en de mestkruiwagens. Sommige boeren hadden ook burgerrijtuigen. Hier is ook een dokterskoets en een dresseerwagen.

Neringdoenden, die op het platteland de deur langs gingen als marskramer of scharensliep, lieten hun goederen en slijpmachine vaak voor een nacht over in de wagenschuur bij een betrouwbare boer, terwijl ze naar huis liepen om te gaan eten en slapen.

Hoepelmakerij

Door de lage ligging kon vanaf de 15e eeuw in de Alblasserwaard geen graan meer worden verbouwd. De boeren gingn toen vee houden. De zuidrand van de Alblasserwaard bleef te drassig, omdat daar onder de dijk door kwelwater bleef stomen. Daarom is dit gebied overgegaan op de productie van griendhout. Daar maakte men onder meer hoepels van.

Een belangrijke afzetmarkt was de levensmiddelenindustrie, waar heel veel producten in houten vaten werden verpakt. Voor het bijeenhouden van de duigen werden tot na de Tweede Wereldoorlog wilgenhouten hoepels gebruikt, gemaakt in de vele honderden hoepelmakerijen in de streek. Met enige regelmaat wordt het hoepmakervak hier nog uitgeoefend.

Stookhuisje

Een van de laatste stookhuisjes van Giessendam stond bij de voormalige boerderij Binnendams 48. Toen deze daar moest verdwijnen, dit stookhuisje herbouwd achter het museum.

Gebruik van stookhuisjes is ontstaan doordat met het branden van open vuur onder een met riet gedekte boerderij onveilig vond.

Museumtuin

In 1994 is de museumtuin aangelegd. Met de aanleg is een aantal elementen van de groene historie van de Alblasserwaard in beeld gebracht. Hierbij spelen knotwilgen, in hoogte verschillende weilanden, grienden, sloten, greppels en een boomgaard een rol.

Knotwilgen vervullen van oudsher de rol van leverancier van geriefhout, terwijl ze het vee schuilplaatsen geven tegen regen, wind en zon. De hoogte van het maaiveld van weilanden bepalen de soort vegetatie en bij elke boerderij waren vroeger wel fruitbomen te vinden. Hier worden een aantal oude appel- en perenrassen in stand gehouden.

Boerderij

Het hoofdgebouw van het museum bestaat uit een grote boerenhofstee. Op de woonheuvel als waar het museum nu op staat, waren al eeuwen voordien houten boerderijen. In het laatste kwart van de zeventiende eeuw werd de huidige boerderij gebouwd. Het voorhuis in steen en het achterhuis in hout. Dat hout werd in de loop van de eeuwen versteend en zo ontstond de boerderij in haar huidige vorm. De Koperen Knop werd uit rijke beurs gebouwd en ook nadien waren de bewoners bemiddelde mensen, zodat er altijd veel aan de boerderij is verbouwd.

Tot 1970 herbergde de stal een veestapel. In dat jaar verhuisde de toenmalige boer naar Groningen. Familie De Kok kocht het spul en restaureerde het voorhuis tot woning. In het stalgedeelte kwam een veevoederhandel en later ook een antiekzaak.