Tussen het museum  en de museumtuin staan enkele bijgebouwen, die deel uitmaken van het museum. In enkele worden regelmatig oude ambachten beoefend en zoveel als mogelijk worden deze gebouwen ook betrokken bij museale activiteiten.

Smederij

Kort nadat Museum De Koperen Knop 1989 van start ging bleek dat de dorpssmederij in Giessen-Oudekerk zou worden gesloopt. De inventaris hiervan is uitgebreid in beeld gebracht en geïnventariseerd door de Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam. Als eerste grote project na de start is nieuwbouw van de smederij op het terrein van het museum in uitvoering gebracht.

Er kwam een kopie van de smederij, met daaraan een wagenschuur. De gehele inventaris kreeg onderdak in de smederij, welke later is aangevuld met andere voorwerpen en apparatuur. Met enige regelmaat is de smederij nog in gebruik.

Museum De Koperen Knop: Ode aan al onze museumvrijwilligers

Wagenschuur

De bouw van de smederij is aangegrepen om er een authentieke wagenschuur bij te bouwen. Dergelijke wagenschuren waren vroeger op elk boerenerf te vinden. Ze boden onderdak aan de bedrijfswagens, zoals de boerenwagen, de mestkar en de mestkruiwagens. Bij sommige boerderijen hoorde ook burgerrijtuigen, zoals hier bij De Koperen Knop een dokterskoets (eigendom van de Historisch Vereniging Hardinxveld-Giessendam) en een dresseerwagen.

Wagenschuren werden door de boeren ook gebruikt om er allerlei bouw- en andere materialen in op te bergen, die anders buiten door slechte omstandigheden in kwaliteit zouden teruglopen.

Neringdoenden, die op het platteland de deur langs gingen als marskramer of scharensliep, lieten hun goederen en slijpmachine vaak voor een nacht over in de wagenschuur bij een betrouwbare boer, terwijl ze zelf thuis gingen eten en slapen.

Hoepelmakerij

De Alblasserwaard ligt grotendeels onder de zeespiegel. Het afvoeren van overtollig regenwater is dan ook de hele geschiedenis door een zorg geweest van de boeren. Toen het gebied niet meer op natuurlijke wijze kon afwateren op de Merwede, kwamen er in de zestiende eeuw in Hardinxveld vier watermolens. Al eerder waren veel boeren overgegaan van de teelt van graansoorten naar veeteelt, omdat dit beter ging in het vaak erg drassige gebied. De zuidrand van de Alblasserwaard bleef echter te drassig, omdat daar onder de dijk door kwelwater bleef stomen. Daarom is dit gebied overgegaan op de productie van griendhout.

Een belangrijke afzetmarkt was de levensmiddelenindustrie, waar heel veel producten in houten vaten werden verpakt. Om de duigen van die houten vaten bijeen te houden werden tot na de Tweede Wereldoorlog vaak wilgenhouten hoepels gebruikt. Die werden gemaakt in de vele honderden hoepelmakerijen in de streek. Met enige regelmaat wordt het vak van hoepelmaker hier nog uitgeoefend.

Stookhuisje

Ooit waren er in grote delen van Nederland stookhuisjes gebouwd bij de boerderijen. Een van de laatste stookhuisjes van Giessendam stond bij de voormalige boerderij Binnendams 48. Toen deze daar moest verdwijnen, is er een project ontwikkeld om het stookhuisje te herbouwen achter het museum. Dit project werd financieel gedragen door de Diaconie van de Hervormde Gemeente Giessendam-Nederhardinxveld (de eigenaar van de grond waar het gebouwtje stond), de Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam en het museum, die de uitvoering realiseert.

Gebruik van stookhuisjes is ontstaan doordat met het branden van open vuur onder een met riet gedekte boerderij onveilig vond. Daarom werd er meestal naast de boerderij, vaak in de nabijheid van een sloot, een klein huisje gebouwd, waarin een stookgelegenheid was, soms ook een oven. Duidelijk is wel dat net zoals bij zuivelboerderijen het geval is met de kelder, de stookhuisjes aan de oostkant van de boerderij waren gebouwd. Bij De Koperen Knop stond er een schuur aan de overkant van de weg, grenzend aan de Giessen, die werd gebruikt om te stoken.

Museumtuin

In 1994 is de museumtuin achter De Koperen Knop aangelegd. Dit project is gesteund door het Zuid-Hollands Landschap en de Stichting Landschapsbeheer Zuid-Holland. Met de aanleg is een aantal elementen van de groene historie van de Alblasserwaard in beeld gebracht. Hierbij spelen knotwilgen, in hoogte verschillende weilanden, grienden, sloten, greppels en een boomgaard een rol.

Knotwilgen vervullen van oudsher de rol van leverancier van geriefhout, terwijl ze het vee schuilplaatsen geven tegen regen, wind en zon. De hoogte van het maaiveld van weilanden bepalen de soort vegetatie en bij elke boerderij waren vroeger wel fruitbomen te vinden. Bij een deftige boerderij als De Koperen Knop was een complete boomgaard. Hier worden een aantal oude appel- en perenrassen in stand gehouden.

Boerderij

Het hoofdgebouw van het museum bestaat uit een grote boerenhofstee. Op dezelfde woonheuvel als waar het museum nu op staat, waren al eeuwen voordien houten boerderijen. In het laatste kwart van de zeventiende eeuw werd de huidige boerderij gebouwd. Het voorhuis in steen en het achterhuis in hout. Dat hout werd in de loop van de eeuwen versteend en zo ontstond de boerderij in haar huidige vorm. De Koperen Knop werd uit rijke beurs gebouwd en ook nadien waren de bewoners bemiddelde mensen. Hierdoor is er altijd heel veel aan de boerderij verbouwd.

Tot 1970 herbergde de stal een veestapel. In dat jaar maakte de toenmalige boer gebruik van de mogelijkheden van de Ruilverkaveling en vertrok naar Groningen. Familie De Kok kocht het spul en restaureerde het voorhuis tot woning. In het stalgedeelte kwam een veevoederhandel en later ook een antiekzaak.