De wintertijd en stoven hebben iets met elkaar. Om welke stoof het hier ook gaat.De voetstoven, die in vervlogen tijden enige warmte boden aan je voeten. Onder in die stoof een vuurtestje met gloeiende kooltjes.
Je voeten boven op de stoof en genieten van de lekkere warmte. Van groot belang bij de eertijds vrijwel altijd tochtige vloeren.

Inmiddels kennen we ook een moderne variant, de stoov, volop te koop, als warmtekussens of in de vorm van warmtedekens.
Ze geven een behaaglijk gevoel.

Steeds meer begint de stoverij in de keukens terrein te winnen.  Ooit was er een tijd dat veel voedsel werd gestoofd.
De pan met kool stond al bijtijds op het fornuis.
Op zaterdag werd het vlees gestoofd, voor de zondagse maaltijd.
Heerlijk rundvlees, dat uren achtereen op het petroleumstelletje stond te pruttelen.
In herfst en winter was het ook de tijd van gestoofde peertjes.

En wat te denken van de hooikist, waar het op het fornuis of de driegaatskachel gekookte voedsel verder gaart.
Soms werd voor dat doel ook het bed gebruikt, waarin onder de dikke laag dekens alles lekker doorstoofde.
Een hakhoutstoof is het onderste verdikte deel van een boomstam die herhaaldelijk van zijn takken wordt ontdaan voor de winning van hakhout. Dat kan op werkhoogte zijn, kort boven de grond, maar ook hoger, zoals bij knotwilgen.
Ooit was er veel vraag naar hakhout, als geriefhout of brandhout. De gehakte boomdelen werden gebruikt voor het
maken van gereedschappen, omheiningen en het vlechten van manden. In de loop van de 20e eeuw raakte het oogsten van hakhoutstoven in onbruik.

De Koperen Knop heeft naast deze gezellige en warme expositie veel meer te bieden.
Er is een permanente inrichting, een ontvangstruimte, een museumcafé, een bibliotheek, bijgebouwen en een grote museumtuin.
Rond de kerstdagen is het museum aangepast aan de tijd van het jaar en zijn er winterdrankjes en -lekkernijen te koop.